Regelgeving en vergunningen

Als een papierfabriek andere grondstoffen dan houtvezels of oud papier gebruikt, heeft dat wellicht ook effect op het milieu rond de fabriek. Daarom is het belangrijk bij de volgende punten stil te staan:

  • Omgevingsvergunning/Hinderwet
    In de Omgevingsvergunning/Hinderwet (inclusief bijlagen) staat vaak specifiek wat u als grondstof mag gebruiken. Gebruikt u een andere grondstof, dan moet u wellicht deze omgevingsvergunning laten wijzigen.
  • Toets van afval naar grondstof
    Deze toets staat op de website van het ministerie van IenM. Is de toets positief, dan kunt u de nieuwe grondstof gebruiken. Is deze negatief, dan moet u de alternatieve grondstof als afvalstof behandelen. Dit betekent dat:

    • u een vergunning nodig hebt om de afvalstof te mogen innemen en verwerken;
    • u de Europese afvalstoffenwetgeving voor vergunningsprocedure grensoverschrijdend verkeer moet controleren;
    • u een Euralcode moet hebben om de afvalstof te verwerken en de jaarlijks verwerkte hoeveelheden moet rapporteren.
  • Europese afvalstoffenwetgeving
    Dit zijn de Europese voorschriften voor het vervoer van afval (EVOA).
  • Landelijk Meldpunt Afvalstoffen
    Als u stoffen wilt gebruiken die volgens de wettelijke definitie afvalstromen zijn, bent u verplicht een administratie te voeren bij de LMA.
  • Toets verwaarloosbaar bodemrisico
    Deze toets is verplicht als de grondstof tussentijds wordt opgeslagen. Dat geldt in de meeste gevallen.

    • Als de grondstof tussentijds wordt opgeslagen, moet getoetst worden op bodemrisico’s. Hiervoor geldt de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming.
    • Bodemrisico is vaak standaard onderdeel van de bestaande omgevingsvergunning.
  • BAT/BREF papier en pulp
    Normaal gesproken geeft de BAT/BREF voldoende ruimte om alternatieve grondstoffen te gebruiken. Maar als dit gebruik de bestaande verwerkingsmethoden en emissies naar lucht en water beïnvloedt, is controle van de geldende emissienormen nodig.
  • Watervergunning
    U moet het risico toetsen als de grondstof zelf of de inhoudsstoffen uit de grondstof in het gezuiverde afvalwater kunnen voorkomen en in het oppervlaktewater kunnen belanden. Heeft de nieuwe grondstof invloed op effluentemissies? Dan moet de geldende vergunning worden bekeken.
  • Activiteitenbesluit
    Afhankelijk van type inrichting (A, B, C of IPPC) is een vergunning nodig van de omgevingsdienst/provincie/gemeente om de inrichting te mogen bedrijven. De inzet van alternatieve grondstoffen kan hieronder vallen, bijvoorbeeld in het geval van de geur van reststromen. Papier- en kartonproducerende bedrijven zijn allen IPPC-bedrijven.
  • Arbo-aspecten
    Controleer met uw arbo-deskundige of u de bestaande risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) moet aanpassen als u alternatieve grondstoffen gebruikt. Als hiervoor nieuwe verwerkingsapparatuur moet worden geïnstalleerd is het zeker dat de RI&E moet worden uitgebreid. Daarnaast is het verstandig de arbo-aspecten over de gehele nieuwe keten te beoordelen.